Monday, February 9, 2009

Frau Antje in de jungle Part 2

En ging alles nu eindelijk goed en wel? Heeft Antje het zonder kleerscheuren door Cambodja weten te maken? Eehhh… nou nee, niet bepaald, ik heb inmiddels het Guiness Book of Records benaderd voor de titel van ‘meest onfortuinlijke, stuntelende een aanmodderende oen van een reiziger’ aller tijden. Want wellicht had ik toch beter kunnen luisteren naar het kind die met een lading afzichtelijke cowboyhoeden aan mijn been kwam hangen bij de ingang van Angkor Wat, dan was mijn waslijst aan fysieke ineenstortingen misschien ietsje korter geweest…

Maar nee hoor, ik peinsde er niet over om er nóg meer als zo’n oncharmante Amerikaanse toerist uit te zien; de ‘praktische’ zomeroutfit in combinatie met een paar grote stiefel-gympen waren al genoeg naar mijn ontevredenheid. Het meisje deed nog een laatste poging: Sir, your girlfriend wants a hat! – I most certainly do not, thank you very much! (gelukkig schijnen ze hier nog het idee te hebben dat De Man over het geld beschikt – nou, helaas niet! ;-) – en is Richard steeds het doelwit van ‘only 3 dooollaaaaa, sir!’, zie elders op deze blog waar de opgejaagde arme ziel het even van zich af moet schrijven)

Dus hoedloos ging ik met mijn degelijke stappers de strijd met de elementen aan. De brandende zon hoog aan den hemel en de hoge, steile trappen van steeds weer een nieuwe ouwe tempel bleven maar opdoemen en opnieuw te nemen hindernissen vormen. Sjok, sjok, sjok, daar ging het, achter de enthousiaste fotograaf aan, die helemaal lyrisch werd over de oh zo fotogenieke omgeving. Ja ja, het was inderdaad prachtig hoor, maar Antje was niet bepaald in topvorm na alle Thaise ontberingen. Dag 1 ging echter boven verwachting en er werd dapper gestapt en geklommen. Maar de volgende dag moest er natuurlijk weer ‘getempeld’ worden, we hadden die schreeuwend dure 3-dagenkaart natuurlijk niet voor Jan Joker aangeschaft.

En u voelt hem al… hoedloos en brandende zon mag dan voor ieder ander een prima combinatie zijn, Frau Antje had beter haar theemuts mee kunnen nemen. Want die avond bleek de zeer onfortuinlijke Hollandsche een nogal heftige zonnesteek te hebben opgelopen. Voelde me al niet zo goed toen ik – inmiddels compleet tempelmoe – al wat zwakjes en lodderig op een lading puin was neergezegen (in het Ta Prohm complex, die ouwe meuk met dat woekerende junglespul, u weet wel, erg Tomb Raider-achtig allemaal) die middag. Onze huisfotograaf dartelde nog een poos rond binnenin het complex en Antje zakte onderwijl weg in een haast lethargische toestand. Hartstikke leuk allemaal hoor, zo’n reis… En toen eindelijk als een baal rijst achterin de tuk tuk naar het (nieuwe) hostel, wat helaas ook niet zo’n goede keus bleek. De eerste die we hadden in Siem Reap was namelijk een verademing qua kamer: schoon (!), ruim en fijne bedden, juhj! Maar wel ver uit het centrum en behoorlijk irritant personeel. Maar ja, dat ‘comes here with the package’, dat hadden we kunnen weten… Toch verhuisd dus, en gggrrr, snik, snif, weer een ellendig hok met schimmel, rioollucht en een heel gezelschap aan (hopelijk geen malaria-)muggen. En in die setting ging Antje wieder unteraus, jawohl, het zou een indrukwekkende film kunnen zijn ;-)

Maar beste mensen, vreest niet: na een avondje helse hoofdpijnen en maagcontracties was ik de volgende dag weer het zonnetje in huis (jahaa, het humorvirus tiert ook welig, nou, nou, nou ;-)) en opnieuw dankzij mijn geliefde, ‘broeder’ Richard, die met natte handdoeken en troostende woorden weer mijn rots in de branding was!
En inmiddels zijn we al een paar dagen in Phnom Penh, énige stad (zie eerdere berichten). ‘Concrete jungle’ is wel een accurate beschrijving, het Wilde Westen is er niks bij. Maar Antje en Weaver passen goed op, en ontsnappen binnen afzienbare tijd naar Ho Chi Minh City, jawel, dan eindelijk: Goodmorning Vietnam! Beetje snorkelen in Nha Trang en bijkomen in ‘levend museumstuk’ Hoi An. Dat klinkt ons wel als muziek in de oren, en heel wat aangenamer dan de hier rondschallende ‘Borat-achtige volksmuziek met knallende bass’ waaraan niet te ontsnappen lijkt. Pump up the Volume zeggen de Aziaten. Wij zeggen: waar the f_ kunnen we hier oordoppen halen????!!!! Want die hebben we helaas laten liggen in het schimmelparadijs in Siem Riep, tussen de natte handdoeken.

Dan morgen maar weer snel terug naar de serene tuinen van het National Museum, want uiteraard geven we dit verhaaltje aan het eind nog een positieve draai, just our style ;-) Dat was leuk vandaag, en net wat we even nodig hadden. En die olifant met die lange snuit? Die liep heel bedaard door het straatje langs ons hostel. Dat was ook wel weer leuk. Zie je, het gaat helemaal goed komen met dat Asiatrippin’ van ons!

No comments:

Post a Comment