Om het knutselgeweld in Hoi An even te ontvluchten, moest er dan toch maar een ‘dagje uit’ ondernomen worden. En hoe kun je dat beter doen dan op een Vietnamese schakelbrommer met brullende uitlaat en dito claxon? Nou, ik kan wel wat verzinnen, maar hier moesten we ’t maar mee doen. Om het ware buikschuiver-Zundapp-OerendHard-Gevoel compleet te maken, kregen we bijpassende helmen meegeleverd.
Eeehhh..?? óf er is sprake van een vergissing (wil de ware helm tevoorschijn komen?), óf een wrede grap (ja, ook hier heb ik vrienden gemaakt bij het Aziatische horecapersoneel ;)), óf er blijkt zo meteen een Berini of zelfs Sparta-Met voor mij achter de schutting te staan. Want (zie foto) ondergetekende moest op pad als een soort kruising tussen Daktari en Erica Terpstra op Prinsjesdag. Uitgedost met potsierlijke tropenhelm inclusief zeer flatteuze bloemcorsage ging Hyacinth Bouquet achterop bij ‘her Richard’ (Watch out, a pedestrian! And a bus, a truck, and a… toet toet!!!! NOW!!!)
Rustig beginnend (zo kon er ook een beetje geoefend worden met schakelen, want dat ging nog niet zo soepeltjes) met een ritje naar het strand. Nou, dat ging best hoor, al hortend en stotend met de helm voor de ogen of juist op het achterhoofd (dat lag eraan of er geremd of opgetrokken moest worden) werden die 8 km zo bedwongen, geen centje pijn! Maar toen moest er ook nog cultuur gesnoven worden, Richard had tenslotte al in geen 2 dagen een tempel of ruïne kunnen vereeuwigen en begon wat afkickverschijnselen te vertonen (ja, dat kan ook met deze vorm van snuiven). En de dichtstbijzijnde kick lag ‘maar’ 45 km verderop! Aahaa… op dat moment voelde Hyacinth al enige twijfel opkomen… Maar op het cruciale moment dat het hotel voorbijgetuft werd, klampte ze zich dapper vast (onder het mom van: stand – or sit - by your man) en daar ging het met de vlam in de pijp richting Werelderfgoedgebeuren My Son.
En om een heeeeeeel lang verhaal (minstens 130 km op die rotbrommer, je zou van minder een permanent houten kont en eeuwig hoedenhoofd ontwikkelen) wat korter te maken: ook de bewegwijzering bleek hier flut te zijn en na een behoorlijke dwaling (de ernstige kwam pas op de terugweg, maar op dat moment verkeerden we nog in heerlijke onwetendheid) zagen we eindelijk het zeer verdekte bord met ‘My Son’… juhj! Nog 30 km…. Niet zo juhj… Ik peilde voorzichtig of terug naar het hotel geen aanlokkelijker optie zou zijn, maar Richard rook natuurlijk al die cultuur en liet vastbesloten de brommer nog maar eens brullen: op naar My Son!
Na een verschrikkelijk lange 30 km kwamen we behoorlijk gebroken aan bij de Poort naar al die Cultuur, om medegedeeld te krijgen dat we nog precies 50 minuten hadden om het hele park door te cruisen. En nee, de brommer mocht niet mee. Zucht. Op een drafje ging het richting de eerste ruïnes, en dat bleken ook de laatste die we konden bewonderen (toen werden we richting uitgang gebonjourd). Maar oh triomf, Richard heeft toch maar liefst 150 keer af weten te drukken in die korte tijd, inderdaad een record dames en heren, het is geweldig. Mijn geliefde heeft inmiddels dan ook een goed ontwikkelde rechterwijsvinger, helaas wist hij daarmee niet het lichtknopje van de brommer te vinden toen we de 45 km weer terug moesten tegen de tijd dat de zon langzaam achter de bergen verdween.
Hoewel, behoorlijk snel eigenlijk, en iemand begon steeds zorgelijker vanonder haar flaphelm vandaan te turen, te benauwd om er nog een fatsoenlijk ‘toet toet!’ uit te persen, en ook Richard begon wat ongemakkelijk op het zadel heen en weer te schuiven toen bleek dat we een behoorlijk cruciale afslag hadden gemist. Gelukkig vond de locale bevolking onze aanblik dusdanig zielig (die tropenhelm deed ‘t ‘m) en wierp er wat handen- en voetenwerk tegenaan om ons weer in goede banen te leiden. Eenmaal weer bij het hotel aanbeland, zwoer ik op de hoed van Erica Terpstra dat ik nooit meer een voet op een brommer-voetsteuntje zou zetten, maar… wordt vervolgd!
No comments:
Post a Comment