Bali. Paradise Island. Overweldigend natuurschoon en een supervriendelijke bevolking die met oog voor detail en gevoel voor sfeer en schoonheid nog iets extra’s toevoegt aan de omgeving. Heerlijk eten, prachtige bergen en koraalriffen, intense kleuren en geen haast. Vooral geen haast. Een middagdutje om zon even te ontvluchten en af en toe een massage… Snurk.
En dat terwijl we niet erg enthousiast waren bij de ‘eerste landing’ op Bali, waarbij we terechtkwamen in de plaats Sanur. Dat bleek het territorium van overwinterende landgenoten van pensioengerechtigde leeftijd. Dat was zelfs ons iets te laid-back. Maar toen was er Amed aan de oostkust van het eiland. Voor 10 euro per nacht een superrelaxed huisje met veranda + hangmat (jawel, daar heb je ‘m weer, die gaat mee naar huis) en best of all: verder geen gast te bekennen. Vier geweldige duiken daarbij opgeteld en je begrijpt dat wij innig tevreden zijn! De foto’s van één van die duiken – Richard hoeft zelfs onderwater niet te scheiden van zijn geliefde hobby - zijn van het wrak ‘US Liberty’.
Dit schip ligt voor de kust van Tulamben, met het laagste punt op dertig meter diepte. Wij mochten tot vierentwintig meter en het was onbeschrijfelijk mooi en spectaculair. Jammer genoeg is dat niet helemaal in foto’s te vangen, maar we zijn toch blij dat we zo’n onderwatercamera gehuurd hebben. Helaas niet tijdens de eerste duik, toen we barracuda’s zagen – forse modellen van ongeveer 1,20 meter, inclusief enorme tanden - waarvan eentje het nodig vond om naar mij toe te zwemmen, ja dames en heren, weer een spannend moment voor Frau Antje.
Over enge roofvissen gesproken: een dag eerder zagen we een haai in actie, toen kroop ik eerlijkheidshalve wel een beetje weg achter de divemaster, er zijn grenzen aan mijn heldenmoed. Gelukkig deden de brave vissen niets, in tegenstelling tot de Bumphead Parrotfish, die duidelijk niet blij was met die rare bebrilde flipperaars in zijn territorium!
‘Scheer je weg’, moet hij gedacht hebben toen hij de aanval inzette (en bleef zetten, vasthoudend typje, die bultkop). Best eng, want je hebt het niet over een goudvisje, en in het water lijkt alles ook nog 33 % groter én dichterbij. Richard had ‘m al aan z’n been hangen en een volgend moment leek hij het op mijn duikbril voorzien te hebben. De divemaster was driftig aan het poken met de ijzeren pin waarmee hij normaal gesproken interessante dingen aanwijst. Niet erg ecologisch verantwoord inderdaad, maar wij waren blij met de bliksemafleider en flipperden zo hard we konden uit de gevarenzone.
Maar ondanks wat enge beesten en andere ongemakken* is Bali genieten, zelfs voor angsthazen. Hoewel, angsthazen? Wij hebben de ‘Steve’ in ons gevonden. We plagen veiligheidshalve echter geen stingrays, dus geen zorgen, ouders thuis, ook niet over de apen en reuzenvleermuizen die jullie elders op de foto’s ontwaren; ze waren ingeënt dan wel inactief hoog in de bomen, dus geen rabiësalarm. We passen goed op, echt.
* Zoals Nyepi, een hindoeïstische feestdag en ‘nieuwjaar’ voor de Balinezen. Maar geen vuurwerk en champagne te bekennen, integendeel! Alles moet donker en stil zijn, om te kunnen (zelf)reflecteren en evalueren en te zoeken naar ‘acceptatie en tolerantie’ in jezelf. Tja, daar zaten wij in het donker, te worstelen met onze zoektocht. Het mag geen verrassing heten dat dit een lange avond was, want mediteren op commando valt niet mee voor voor de ongeoefende...
Uiteraard hebben we ook weer tempels bezocht (Richard moest me gekneveld in de kofferbak van de taxi leggen, maar ik moest er toch aan geloven). Goed voor nog meer foto’s. Eentje was wel heel erg de moeite waard, moet ik bekennen: de tempel in zee bij Tanah Lot, aan de westkust. Gebouwd op een rots in zee rijst deze tempel uit boven de machtige golven. Zeker zo vlak voor zonsondergang een indrukwekkend schouwspel. De surfers die deze golven van minstens 2 meter wisten te bedwingen en behendig tussen de rotsen door manoeuvreerden, maakten het helemaal een onvergetelijke ervaring.
En tenslotte: de borden bij de openbare toiletten zijn ook wel een vermelding waard, vanwege de tekst:
peepee = 1000 roepia
………… = 2000 roepia
En daar stond dan iets in het Indonesisch, dus dat blijft gissen, maar het lijkt er toch alleszins op dat het lozen van de Grote Boodschap hier net even wat duurder is dan alleen een bescheiden plasje plegen. En dat gaan ze vast ook nog controleren, vroegen wij ons af. Even een ruik-check zodra jij je gat hebt gelicht, volgens één van de Denen die we bij het duiken ontmoetten en die zich ook verwonderd had over de desbetreffende verordening. En bij dat beeld maakten we ons al behoorlijk vrolijk met z’n allen, maar de hilariteit was compleet toen hij met moeite nog wist uit te brengen: ‘But then you can say: but I just farded! Peepee and fard , so I pay you 1000!’
Ja ja, ‘de wind’ zorgde voor heel wat verbroedering die dag, het Ome Willem-niveau blijkt universeel, mooi hè.
Maar ondanks wat enge beesten en andere ongemakken* is Bali genieten, zelfs voor angsthazen. Hoewel, angsthazen? Wij hebben de ‘Steve’ in ons gevonden. We plagen veiligheidshalve echter geen stingrays, dus geen zorgen, ouders thuis, ook niet over de apen en reuzenvleermuizen die jullie elders op de foto’s ontwaren; ze waren ingeënt dan wel inactief hoog in de bomen, dus geen rabiësalarm. We passen goed op, echt.
* Zoals Nyepi, een hindoeïstische feestdag en ‘nieuwjaar’ voor de Balinezen. Maar geen vuurwerk en champagne te bekennen, integendeel! Alles moet donker en stil zijn, om te kunnen (zelf)reflecteren en evalueren en te zoeken naar ‘acceptatie en tolerantie’ in jezelf. Tja, daar zaten wij in het donker, te worstelen met onze zoektocht. Het mag geen verrassing heten dat dit een lange avond was, want mediteren op commando valt niet mee voor voor de ongeoefende...
Uiteraard hebben we ook weer tempels bezocht (Richard moest me gekneveld in de kofferbak van de taxi leggen, maar ik moest er toch aan geloven). Goed voor nog meer foto’s. Eentje was wel heel erg de moeite waard, moet ik bekennen: de tempel in zee bij Tanah Lot, aan de westkust. Gebouwd op een rots in zee rijst deze tempel uit boven de machtige golven. Zeker zo vlak voor zonsondergang een indrukwekkend schouwspel. De surfers die deze golven van minstens 2 meter wisten te bedwingen en behendig tussen de rotsen door manoeuvreerden, maakten het helemaal een onvergetelijke ervaring.
En tenslotte: de borden bij de openbare toiletten zijn ook wel een vermelding waard, vanwege de tekst:
peepee = 1000 roepia
………… = 2000 roepia
En daar stond dan iets in het Indonesisch, dus dat blijft gissen, maar het lijkt er toch alleszins op dat het lozen van de Grote Boodschap hier net even wat duurder is dan alleen een bescheiden plasje plegen. En dat gaan ze vast ook nog controleren, vroegen wij ons af. Even een ruik-check zodra jij je gat hebt gelicht, volgens één van de Denen die we bij het duiken ontmoetten en die zich ook verwonderd had over de desbetreffende verordening. En bij dat beeld maakten we ons al behoorlijk vrolijk met z’n allen, maar de hilariteit was compleet toen hij met moeite nog wist uit te brengen: ‘But then you can say: but I just farded! Peepee and fard , so I pay you 1000!’
Ja ja, ‘de wind’ zorgde voor heel wat verbroedering die dag, het Ome Willem-niveau blijkt universeel, mooi hè.
No comments:
Post a Comment